dinsdag 16 januari 2018

Doiley.

Dit kleine kleedje haalde ik
uit een oud boekje, dat ik kreeg
van een van de bewoners van
in 't Opper.
Zomaar.
Zo lief van die oude dame,
ze zag wel dat ik belangstelling
had voor haken.

gehaakt kleedje
Het kleedje meet ongeveer 45 cm
doorsnee.
Gehaakt met witte katoen van
Durable.





Er staan nog meer patroontjes in,
dat smaakt naar meer......


dinsdag 9 januari 2018

Dankbare dinsdag

is er elke week een
dankbare dinsdag!
Wat een leuk en goed idee.
Hier is het ook een dankbare dinsdag, want
mijn lief  is na 5 dagen haast continu slapen
weer iets beter, Godlof!
Ik viel bijna om toen hij om een kopje koffie vraagde  (!)
En het smaakte hem ook nog,
(gelukkig) wat een goed teken is.

Die vijf dagen hebben nog meer opgeleverd:
mijn sjaal is klaar!
Al die uurtjes dat ik alleen zat heb ik
veel gehaakt.
gehaakte sjaal
 Het verloop in de wol gaat van
geel/oranje naar terracotta.


De kleuren komen niet mooi uit, het is bewolkt.



Dit zijn de echte kleuren, op een zonnige
dag genomen van de grote bol Katia.

zaterdag 6 januari 2018

Bouillon.

Het nieuwe jaar begon niet zo best
voor ons.
Na een paar dagen ziek zijn,
ging het mij al beter, maar mijn lief
werd steeds zieker.
Zó ziek zelfs, dat ik de huisarstenpost
's avonds nog gebeld heb.
Want zo durfde ik de nacht niet in.
De dokter constateerde een
fikse longontsteking. 

Wat eet en drink je zoal als je ziek bent?
Vooral thee, bouillon en sinaasappelsap,
en ik maakte smoothies,
voor de broodnodige vitamientjes.
En voor de kerst had ik een grote pan
kippensoep gemaakt, want de zaterdag ervoor
brachten ze een haan, netjes
schoongemaakt in stukken.
Van de kleinste stukken b.v. de vleugels,
de nek en borstbeen had ik
een bouillon getrokken.
De helft van de soep in de vriezer gedaan en
dat kwam nu goed van pas.
Kippensoep wordt ook wel een
joodse penicilline genoemd,
en is buitengewoon goed tegen griep
en verkoudheid.
Nog vóór kerst had ik zelf bouillon-
poeder gemaakt.



We doen het allemaal zelf, weet je nog wel?
Hoe dat moet heb ik hier
gevonden, omdat wij heel weinig zout
gebruiken heb ik iets meer kruiden en minder
zout gebruikt.
Ik vond het wel een grote hoeveelheid,
dus heb ik ongeveer de helft gedaan.



Na het drogen in de blender fijngemalen
en in potjes gedaan.
De smaak is goed, maar niet té sterk
en je kunt het gebruiken als smaakmaker
niet alleen in de soep, maar in allerlei
gerechten.

maandag 1 januari 2018

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar is begonnen,
wij hebben de jaarwisseling
niet bewust meegemaakt, maar lagen allebei
te slapen en ziek op bed.
 
Het nieuwjaarsbezoek dat bij ons zou komen,
heb ik allemaal afgezegd.
Ook al zou ik fitter zijn, mijn
stem laat me in de steek.
Ik moet moeite doen om me verstaanbaar
te maken en mijn lief is wat doof,
dus je begrijpt hoe lollig het hier is. 😔
 
***

Het eerste wat ik vanmorgen
in mijn Bijbels dagboekje las:

De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis...
Spreuken 1:7
Ontzag voor God, diepe eerbied en beseffen Wie Hij is:
de eeuwige Schepper van hemel en aarde.
 
Ontzag is niet hetzelfde als angst, maar de vreze des HEEREN
is vooral gevuld met dankbaarheid,
omdat je beseft hoe groot Zijn liefde is in
Jezus Christus.
 
Een nieuw jaar, je mag opnieuw beginnen,
het nieuwe jaar biedt ook nieuwe kansen,
wat een wonder.

***
 
Ik wens iedereen een heel gelukkig, gezond
creatief en vooral
een gezegend
 
 Afbeeldingsresultaat voor 2018

dinsdag 26 december 2017

In een stal geboren......


 Als kind kreeg ik een boekje van mijn oma:
Heidi, het kind van de bergen.

Er kwam ook een zekere Hans in voor,
met zijn grootvader.
Over hen gaat dit ontroerende verhaal,
dat ik jullie niet wil onthouden.

Ik werd wakker vannacht met een zere, 
pijnlijke keel en kon niet meer slapen,
 heb toen dit opgeschreven.
*****

Grootvader staat voor de lage deur van zijn huisje. Hij rookt zijn pijp en kijkt naar beneden. Diep in de vallei ziet hij de huisjes van het dorp liggen. “Ik geloof dat we bezoek krijgen, Hans”, zegt hij tegen de jongen, die voor het huisje speelt. Hans springt overeind. “’t Is de meester van het dorp!” roept hij verschrikt en loopt snel het huisje binnen.
Grootvader ziet ook dat het de meester is. Hijgend gaat de man even later op het bankje voor het huisje zitten. “Goedemiddag. Hè, hè. Dat is een klim naar boven”, zegt hij. Grootvader beantwoordt de groet kort. Hij vraagt zich af wat de meester komt doen, maar grootvader laat zijn nieuwsgierigheid niet merken.
De bezoeker aarzelt even, maar dan zegt hij: “Is de jongen er niet? Hij heet toch Hans?” Grootvader geeft geen antwoord. “Hij is toch al ruim zeven jaar? Het is tijd dat hij naar school komt.” Grootvader kijkt de meester aan. Die gaat verder: “Hij moet toch leren lezen en schrijven?” De oude man zegt nog steeds niets, maar trekt aan zijn pijp. Eindelijk zegt hij: “Ik woon al 44 jaar hier. Je wilt toch zeker niet dat ik in het dorp kom wonen?” De meester schudt zijn hoofd: “Nee, nee. Maar Hans moet toch naar school? Hier verwildert hij een beetje. Hij moet met andere jongens om leren gaan. Ik weet dat je goed voor hem zorgt. Je bent altijd als een vader voor hem geweest, nadat hij in die stal werd geboren, maar….”
Grootvader kijkt bezorgd naar de deur die open staat. Zal Hans alles horen? Zijn ogen kijken donker en zijn stem klinkt boos als hij antwoordt: “Dit is niet aardig van u. De jongen verwildert hier helemaal niet. Als u alleen bent gekomen naar de alpenweide om me dat te vertellen, had u beter in het dal kunnen blijven.”
De meester veegt het zweet van zijn voorhoofd. “Het is niet kwaad bedoeld”, zegt hij sussend. De mensen in het dorp hebben bewondering voor wat u doet. Maar wees verstandig en stuur hem naar school.” Grootvader denkt na. Tenslotte zegt hij: “Ik heb Hans allang leren rekenen en lezen. Misschien niet zo goed als u het doet, maar Hans groeit hier niet op voor galg en rad.”
Even later daalt de meester de berghelling weer af. “Mislukt”, verwijt hij zich. “Ik had beter op mijn woorden moeten letten.” Grootvader kijkt hem na. Hij schudt zijn hoofd, klopt zijn pijp uit en gaat naar binnen. Hans kijkt hem met grote donkere ogen aan en vraagt: “Wat zei de meester? Dat ik in een stal geboren ben?” Grootvader gaat zitten. “Heb je voor luistervink gespeeld?” Hans knikt. Hij weet dat grootvader dat niet goed vindt, maar toch kijkt hij niet boos naar hem. “Kom eens hier aan tafel zitten, Hans…. Ik had het al veel eerder moeten vertellen, maar ik heb het steeds uitgesteld. Nu kwam de meester bij ons met zijn domme praat. Daarom kan ik het niet langer voor je verzwijgen en ik wìl het ook niet…!”
Het is stil in het kleine huisje. Grootvader kijkt peinzend voor zich uit alsof hij heel diep nadenkt. Hans kijkt hem verbaasd aan. Wat doet grootvader vreemd. Dan begint de oude man: “Het gebeurde ruim zeven jaar geleden. Midden in de winter. “t Was guur weer. De wind gierde over de bergwei. Plotseling werd er bij me aangeklopt. Ik deed open en zag een man en een vrouw staan. “Mogen we hier slapen?”, vroeg de man in een taaltje waar ik weinig van verstond. Door de gebaren die hij maakte, begreep ik wat hij bedoelde. Ze kwamen van de andere kant van de bergen, uit Italie, ik voelde er weinig voor want mijn huis is geen hotel. Je weet zelf Hans, dat er soms vreemd volk voorbijtrekt: zwervers en vluchtelingen. Ik wilde al zeggen dat ze maar naar het dorp moesten gaan, toen ik die vrouw zag. Ze zag heel bleek. Ze leunde vermoeid tegen de hutwand. Ik kreeg medelijden met haar. Met die man niet. Die had zijn verstand moeten gebruiken en niet met dit weer de bergen in moeten trekken. Maar het vrouwtje kon gewoon niet meer. Bovendien zag ik dat ze gauw een kindje krijgen zou. Nee, ik kon haar niet wegsturen. In mijn huisje wilde ik ze ook niet hebben. Maar de stal was leeg. Ik had de schapen en geiten al twee weken eerder in het dal gebracht. Nou, dan moesten ze daar de nacht maar doorbrengen. De stal was schoon en er lag voldoende stro. Het vrouwtje keek me dankbaar aan. Ik heb hen nog wat melk en kaas gebracht en ben toen zelf naar bed gegaan.
’s Nachts begon het te sneeuwen. Dat had ik verwacht. Alleen niet dat er zo’n geweldig pak zou vallen. De volgende morgen kon ik de deur van ons huis maar met grote moeite open krijgen. De twee mensen konden onmogelijk hun reis voortzetten. We zaten ingesneeuwd.
De derde morgen kwam de man heel opgewonden naar me toe. Hij maakte allerlei gebaren en praatte heel vlug. Ik begreep er niets van. Alleen één Italiaans woord: “Bambino.” Dat betekent “kind”. Ik ging met hem mee naar de stal. Daar zag ik wat er die nacht gebeurd was: er was een jongetje geboren, met net zulke oogjes en zwarte haren als zijn vader en moeder. Dat jochie, dat was jij, Hans….
Die jonge vrouw was heel ziek, dat zag ik gelijk. Ze moest zo snel mogelijk naar het dal gebracht worden. Maar hoe? Het was levensgevaarlijk. Toch heb ik het gedaan. De vrouw hebben we stevig ingepakt op mijn slee gezet. Het kind moest zo lang maar in mijn huis blijven. Dat zou ik later wel ophalen. De man ging mee en na een zware tocht kwamen we in het dorp. Zelf ben ik gelijk weer naar boven gegaan: naar het kind. “t Was een vreemde gedachte: nooit getrouwd geweest en nu opeens een kind! Wat moest ik doen? Ik heb het kleintje eerst maar bij de kachel gezet en lekker toegedekt. Misschien lustte het wat geitenmelk.”
Grootvader glimlacht bij die herinnering. Hans kijkt hem aan. “Hoe ging het verder, grootvader?” Dan kijkt grootvader weer verdrietig. Het arme vrouwtje is niet meer beter geworden. Ze is in de herberg van het dorp gestorven. En haar man? Die hebben we nooit meer gezien. Toen ik met jou in het dorp kwam, was hij al verdwenen. Daarom ben je altijd bij mij gebleven, Hans.”
*****
Er wordt niet meer over het bezoek van de meester gepraat. Maar grootvader moet er vaak aan terugdenken. Het wordt hem duidelijk: voor Hans is het beter als hij naar school gaat. Op een morgen zegt hij: “Kom Hans, we gaan naar het dorp.” Ze gaan inkopen doen. Deze keer niet alleen eten, maar ook schoolspullen.
Een paar dagen later gaat Hans naar school. Grootvader heeft die dag weinig rust. Steeds moet hij denken aan de jongen beneden in het dal. Al lang van tevoren staat hij op de uitkijk. Hans heeft véél te vertellen. Hij vond het prettig op school. De meester was heel aardig en vroeg hem van alles. Maar…. hij vertelt niet alles aan grootvader. De meester had gevraagd waar hij geboren was. Op die vraag wist hij niet zo snel het antwoord. Hij had willen zeggen: “Boven op de alpenwei”, maar opeens had hij een jongen achter zich halfluid horen zeggen: “Hij is in een geitenstal geboren, haha.” Andere kinderen hadden ook gelachen en hij had hulpeloos naar de meester gekeken. Maar die had het niet gehoord.
Hans krijgt het niet makkelijk op school. De volgende dag blijkt dat de kinderen alles weten. Barbara, de dochter van de herbergier, heeft alles verteld. De kinderen kijken Hans nieuwsgierig aan. Eén van de jongens begint te mekkeren. De anderen moeten erom lachen. “Geitenbok”, roept iemand. Dat is teveel voor Hans. Hij voelt zich warm worden. Hij balt zijn vuisten in zijn zak. Hij vliegt op de jongen af. Ook van dit vechten vertelt Hans niets aan grootvader.
Het wordt een moeilijke tijd voor Hans. Veel kinderen plagen hem. Vooral omdat ze weten dat hij kwaad wordt. Op het laatst gaat hij in iedere jongen en in elk meisje een vijand zien. Hij denkt dat iedereen hem veracht, omdat hij in een stal geboren is.
*****
Net voor de kerstvakantie heeft het ’s nachts hard gesneeuwd. Maar Hans wil toch naar school. Vandaag worden de rapporten uitgedeeld en daar wil hij bij zijn. “Zou je niet liever thuis blijven?” vraagt grootvader. “Nee, ik wil echt. Ik kan toch mijn sneeuwschoenen aandoen?” Op de berghelling is het bitter koud. Hans komt te laat, maar de meester begrijpt het. “Ik had niet gedacht dat je er vandaag doorheen zou komen”, prijst hij. “Het is vast geen prettige tocht geweest.” Nee, dat was het zéker niet. Maar in de klas is het lekker warm. “Ga maar dicht bij de kachel zitten, Hans”, zegt de meester.
Die laatste morgen voor de vakantie vertelt de meester het Kerstevangelie. Vertellen, daar houdt Hans van. Het lijkt net of je er zelf bij bent. De meester brengt de kinderen in het verre land, waar Jozef en Maria naar Bethlehem gingen. Hij vertelt hoe ze in het stadje aankomen. Ze zoeken een plekje en lopen van de ene herberg naar de andere. Nergens is er plaats.
De meester vertelt verder. En dan…. Hans’ hart begint sneller te kloppen. Wat zegt de meester daar? “In die nacht gebeurt het grootste wonder van alle tijden.” De stem van de meester klinkt warm. “Daar in die stal wordt de Zoon van God geboren. Als een arm Kind komt Hij op de aarde en Zijn moeder legt Hem in de kribbe, de voerbak voor de dieren. Vol liefde windt ze Hem in doeken. De herders uit het veld komen om het pasgeboren Kindje te aanbidden….”
Opeens hoort de meester een zacht snikken. Hij kijkt naar Hans. Die heeft zijn hoofd op zijn armen gelegd. “Maar jongen toch!” zegt de meester, "wat is er, wordt je niet goed?" Hans tilt zijn hoofd op,
hij vergeet waar hij is, hij vergeet de kinderen in de klas. Door zijn tranen heen zegt hij:"Nee, dat is.... dat kan niet waar zijn!" Het wordt stil in de klas. De meester begrijpt er niets van. "Wat kan er niet waar zijn Hans?" "Dat Hij...dat Hij...in een stal is geboren...die grote schande..." Alle narigheid van de laatste weken, al het verdriet komt opeens tevoorschijn. Kom maar mee naar mijn kamer, dan kun je even bijkomen, Hans" Even later vertelt Hans alles, van .het plagen het spotten en het uitlachen
"Nu vertelt u dat Gods eigen Zoon óók in een stal geboren is.." De meester schudt zijn hoofd, wat hebben zijn leerlingen het Hans moeilijk gemaakt. "Ja, Hij is in een stal geboren, dat staat in de Bijbel. Er zijn veel kinderen in de wereld die het erg arm hebben. Er zijn ook veel oudere mensen die
een zwaar kruis te dragen hebben, Hans. Maar niemand heeft zo zwaar geleden als Hij, de Zoon van God. Als een kind kwam Hij in een stal ter wereld, juist om aan arme en zondige mensen te laten zien
hoeveel Hij van de mensen houdt. Het is niet belangrijk Hans, of we in een paleis of een stal geboren zijn. Er is maar één ding belangrijk: of we weten dat Hij ook voor onze zonden op de wereld kwam. Of we echt een kind van Hem mogen zijn.”
De tranen van Hans zijn nu verdwenen. Zijn verdriet is weg. “Blijf maar even hier”, zegt de meester. “Ik ga eerst met de klas praten.” Wat hij gezegd heeft? Hans komt het nooit te weten. Hij is wel blij, dat hij alles gezegd heeft.
Het wordt een onvergetelijk kerstfeest. Samen met grootvader, die alles weet, staat hij op kerstavond voor hun huisje op de bergwei. Ze kijken naar de hemel, die met sterren bezaaid is. Opeens begint Hans een lied te zingen, dat hij op school geleerd heeft: “Stille nacht, heilige nacht….” Grootvader hoort het. Hij wrijft met zijn verweerde hand langs zijn ogen. Zingen kan hij niet goed, maar toch valt hij met een zware stem in: “Werd geboren in Bethlehems stal….”

******

zaterdag 23 december 2017

Sneeuwman taart.

Vlak voor de Kerstdagen nog deze
taart voor een jonge man.
Hoewel er nu geen sneeuw meer
ligt, is dit toch een echte wintertaart.
Met als blikvanger:
 een vrolijke sneeuwman.



De taart is gevuld met banketbakkersroom
en een aardbeien-rabarber bavarois.




Ik wens u Fijne en Gezegende Kerstdagen!!

******

dinsdag 19 december 2017

Hark! the herald angels sing


Hark! the herald angels sing
"Glory to the newborn King!"
Peace on earth, and mercy mild
God and sinners reconciled
Joyful, all ye nations rise
Join the Triumph of the skies
With th' angelic host proclaim
Christ is born in Bethlehem
Hark! the herald angels sing
"Glory to the newborn King!"


Toen ik foto's nam van alle gehaakte
engeltjes, kwam spontaan dit liedje bij me op:

Hoor, de eng'len zingen d' eer
van de nieuwgeboren Heer
Vreed' op aarde, 't  is vervuld
God verzoend der mensen schuld
Voegt u, volken in het koor
dat weerklinkt de hemel door
zingt met algemene stem
voor het Kind van Bethlehem
Hoor, de eng'len zingen d' eer
van de nieuwgeboren Heer.



Dit eenvoudig engeltje heb ik 2 keer gehaakt.

gehaakt engeltje

Bijna alle engeltjes heb ik weggegeven,
ze hebben zelf uitgekozen
welke ze wilden hebben.